Terwijl de Amerikaanse overheid geruststelde dat filmen veilig was, werden cast en crew blootgesteld aan radioactieve fall-out. Decennia later hangt er nog steeds een waas van ziekte, schuld en mislukte roem rond deze productie – een film die velen het liefst zouden vergeten.
Hollywood in de jaren ’50: grootse epossen, grote risico’s
De jaren ’50 waren het tijdperk van de spectaculaire epossen. Studio’s wilden groter, kleurrijker en meeslepender dan ooit. The Conqueror, met John Wayne als Genghis Khan en Dick Powell als regisseur, paste perfect in dat plaatje: een exotisch verhaal, een iconische ster en decors die tot de verbeelding spraken.
Maar achter die façade van grandeur schuilde roekeloosheid. Producties trokken naar ruige locaties waar logistiek en veiligheid vaak ondergeschikt waren. In het geval van The Conqueror zou die keuze desastreus blijken.
Een dodelijke set naast een nucleaire testsite
De opnames vonden plaats in 1954, bij St. George in Utah – slechts enkele kilometers verwijderd van de Nevada Test Site, waar de VS in de Koude Oorlog talloze kernproeven uitvoerden. De Atomic Energy Commission verzekerde de filmploeg dat er geen gevaar was.
Die belofte bleek misleidend. Eerder neergedaalde radioactieve stofwolken lagen nog in de grond en werden door de wind opnieuw verspreid. Cast en crew ademden dagenlang besmet stof in. Alsof dat niet genoeg was, liet de productie zelfs tientallen tonnen woestijnzand uit het gebied naar Hollywood vervoeren voor de studio-opnames – eveneens besmet.
De menselijke tol: kanker en verlies
De gevolgen werden pas later duidelijk. Volgens een inventarisatie in People (1980) ontwikkelde 41 procent van de ongeveer 220 betrokkenen kanker – andere bronnen spreken zelfs van bijna 50 procent. Een direct verband werd nooit officieel bewezen, maar de cijfers spreken boekdelen.
- John Wayne overleed in 1979 na een lange strijd tegen kanker.
- Susan Hayward kreeg een hersentumor en stierf in 1975.
- Dick Powell, de regisseur, overleed in 1963.
- Agnes Moorehead stierf in 1974 aan kanker.
- Pedro Armendáriz pleegde in 1963 zelfmoord na een fatale diagnose.
Voor velen was het dagelijks werken in besmet stof de oorzaak van hun lot. De tol was zwaar, persoonlijk en diep menselijk.
Een film met een bittere nasmaak
Toen The Conqueror uitkwam, werd hij door critici neergesabeld. De casting van John Wayne als Genghis Khan werd als ongeloofwaardig gezien, het script was houterig en het acteerwerk teleurstellend. Ook aan de kassa flopte de film.
Producent Howard Hughes zou zich schuldig hebben gevoeld en kocht later alle rechten op om de film uit roulatie te halen. Pas na zijn dood kwam de film terug op televisie. Tegen die tijd was de reputatie al veranderd: van ambitieus epos tot vervloekte productie.
Geen erkenning, wel een wrange erfenis
Een officiële erkenning van verantwoordelijkheid kwam er nooit. De Amerikaanse overheid hield vast aan de geruststellingen die destijds werden gegeven. Pas in 1990 werd de Radiation Exposure Compensation Act (RECA) ingevoerd, een fonds voor bewoners en werknemers die door nucleaire testen waren getroffen. De cast en crew van The Conqueror vielen daar echter niet onder.
Vandaag geldt de film als een zwarte bladzijde in de filmgeschiedenis. The Conqueror herinnert ons eraan dat ambitie zonder transparantie gevaarlijk is. Het roept een pijnlijke vraag op: wat weegt zwaarder – de droom van spektakel, of de zorg voor de mensen die hem moeten waarmaken?
- Adobe Stock