We gebruiken het inmiddels bijna allemaal. Even snel je sollicitatiebrief laten herschrijven door ChatGPT, een surrealistisch plaatje maken met DALL-E, of je huiswerk laten samenvatten door AI. Het voelt futuristisch, schoon en vooral: reuze handig.
Maar heb je je ooit afgevraagd hoe die AI zo slim – en vooral zo 'braaf' – is geworden? Waarom de chatbot je niet de huid vol scheldt of je uitlegt hoe je iets illegaals doet? Het antwoord is niet "magische computercode", maar keihard mensenwerk. Uit een onthullende reportage van Nieuwsuur blijkt dat de realiteit achter onze favoriete apps een stuk minder rooskleurig is dan de gelikte presentaties in Silicon Valley ons willen doen geloven.
Het nieuwe geloof van Silicon Valley
In de reportage van Nieuwsuur wordt duidelijk dat er in de hoofdkantoren van bedrijven als OpenAI (de maker van ChatGPT) een bijna religieus geloof heerst. Het ultieme doel is AGI: Artificial General Intelligence. Een super-AI die slimmer is dan de mens. De belofte? Deze AI gaat alle ziektes genezen, het klimaatprobleem oplossen en ons naar een aards paradijs leiden.
Klinkt fantastisch, toch? Maar om daar te komen, moet alles wijken. De tech-reuzen hebben oneindig veel energie, water (voor koeling van datacenters) en data nodig. En, zo blijkt uit het onderzoek, heel veel goedkope arbeidskrachten om het vuile werk op te knappen.
Digitaal Kolonialisme
Experts die in de uitzending aan het woord komen, trekken aan de bel. Ze noemen de werkwijze van deze techgiganten een nieuwe vorm van kolonialisme. Ze strijken neer in landen met lage lonen, gebruiken de mensen daar voor het zware werk en gaan er zelf vandoor met de miljardenwinsten en de kennis.
Critici noemen het gekscherend al "African Intelligence" in plaats van Artificial Intelligence. Want zonder het werk van duizenden mensen in Afrikaanse landen, zou onze AI helemaal niets kunnen.
De trauma-fabriek in Kenia
Dit is het pijnlijkste deel van het verhaal dat Nieuwsuur blootlegde. Een AI weet van zichzelf niet wat 'goed' of 'fout' is. Iemand moet het systeem leren dat een foto van een schattige hond 'oké' is, en een video van extreem geweld 'niet oké'.
Wie doen dat werk? Dat zijn 'data labelers' in landen als Kenia. In de reportage doet de Keniaanse werker Moffat zijn verhaal. Dag in, dag uit moest hij voor een hongerloontje naar de meest gruwelijke content op internet kijken. Denk aan kindermisbruik, onthoofdingen en martelingen. Hij moest dit labelen zodat de AI leert om deze content niet aan jou te laten zien.
Het resultaat? Moffat en zijn collega’s kampen met zware PTSS. Ze zijn getraumatiseerd zodat wij een 'veilige' chatervaring hebben. Nazorg vanuit de miljardenbedrijven is er nauwelijks.
Is de prijs te hoog?
Big Tech vraagt ons om nu offers te brengen. Ze vragen onze data, slurpen energie en gebruiken de mentale gezondheid van werkers in lagelonenlanden op. Alles in ruil voor de belofte van een toekomstig AI-paradijs.
De vraag die blijft hangen na het zien van de beelden van Nieuwsuur is: hebben we zo’n alleskunner-AI echt nodig als de menselijke kosten nu al zo hoog zijn? De volgende keer dat je ChatGPT om een grapje vraagt, sta dan heel even stil bij de mensen die ervoor zorgden dat de bot je geen horrorscenario voorschotelde.
- Adobe Stock