Van 80.000 mensen per vierkante kilometer naar nul: het bizarre verhaal van spookeiland Hashima

In de film Skyfall is het de schuilplaats van de slechterik, maar in het echt is dit eiland een monument van een vergeten tragedie. Ooit woonden hier duizenden mensen op een kluitje, nu regeert alleen de stilte.

Van 80.000 mensen per vierkante kilometer naar nul: het bizarre verhaal van spookeiland Hashima

De stad op zee

Stel je voor: een betonnen eiland midden in de woeste oceaan, volgebouwd met torenhoge flats, scholen, een ziekenhuis en zelfs een bioscoop. In 1959 was Hashima, gelegen op vijftien kilometer van de kust van Japan, officieel de dichtstbevolkte plek op aarde. Op een stukje grond van amper een vierkante kilometer woonden meer dan 5200 mensen letterlijk bovenop elkaar. Omgerekend zou dat neerkomen op meer dan 83.000 mensen per vierkante kilometer.

Ze waren daar niet voor hun plezier of voor het uitzicht. Hashima was eigendom van industrierus Mitsubishi en dreef volledig op steenkool. Diep onder de zeebodem zwoegden duizenden mijnwerkers in de hitte om het zwarte goud naar boven te halen. Het leven op het eiland was hard, sober en gevaarlijk. Als er een tyfoon overraasde, beukten de golven over de muren heen. Woonde je laag in een flat? Dan had je pech en liep je gevaar. Alleen de bazen en de ervaren werkers met status mochten hoog en droog wonen, veilig voor het geweld van de zee.

Een gitzwart verleden

Het eiland, dat door zijn unieke vorm ook wel Gunkanjima of Slagschipeiland wordt genoemd, heeft een gitzwarte bladzijde in de geschiedenisboeken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er duizenden dwangarbeiders uit China en Korea heen gebracht om het zware werk te doen.

Onder onmenselijke omstandigheden moesten zij lange dagen maken in de mijnen. Naar schatting overleefden dertienhonderd van hen het niet door ongelukken, ziektes en uitputting. Het is de reden waarom China en Zuid-Korea fel protesteerden toen het eiland in 2015 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO kwam. Het is een plek van innovatie, maar ook van intens menselijk leed.

Het abrupte einde

Maar in 1974 stopte alles. Olie verving steenkool als belangrijkste brandstof en de mijn werd onrendabel. Mitsubishi trok de stekker eruit. Binnen enkele weken pakte iedereen zijn biezen en vertrok. De exodus ging zo snel dat het eiland achterbleef als een bizarre tijdscapsule.

In de verlaten appartementen vind je nog steeds achtergelaten televisies, kinderfietsjes, meubels en typemachines. De natuur neemt het beton langzaam over. Bomen groeien dwars door de daken en de zoute zeelucht vreet aan de fundamenten.

Kun je erheen?

Tegenwoordig is het een macabere toeristische attractie. Je kunt met een boot vanuit Nagasaki naar het eiland varen, maar je mag er absoluut niet vrij rondlopen. Vanwege instortingsgevaar is slechts vijf procent van het eiland toegankelijk via een speciaal aangelegd pad.

Wil je het toch zien zonder zeeziek te worden op de onstuimige Japanse zee? Google heeft het hele eiland in 2013 in kaart gebracht met Street View.

Zo kun je veilig vanuit je luie stoel door de verlaten straten van deze betonnen spookstad dwalen, zonder bang te hoeven zijn dat er een brok beton op je hoofd valt.

Bizar