Een wiskundig raadsel
Al bijna een eeuw lang is de Monte Sierpe in Peru het middelpunt van wilde theorieën. Langs de rand van de Pisco-vallei ligt een strook van ruim anderhalve kilometer lang die volledig bezaaid is met vreemde kuilen. Van een afstandje lijkt het op een gigantische slang die tegen de berg op kruipt. Dit leverde de plek dan ook de bijnaam Slangenberg op. Sinds de eerste luchtfoto’s in 1933 in National Geographic verschenen tastten archeologen volledig in het duister over de herkomst.
Waren het graven? Waren het opslagplaatsen voor water of misschien een soort vreemde verticale tuinen? Sommige mensen dachten zelfs aan buitenaardse interventie omdat de gaten zo precies en bijna wiskundig naast elkaar liggen. Het gaat om exact 5.200 ondiepe putten van ongeveer een tot twee meter breed. Ze zijn gegroepeerd in nette blokken langs een smalle bergkam. Onderzoekers van de Universiteit van Sydney hebben nu met moderne technieken eindelijk een menselijke verklaring gevonden.
Geen aliens maar data
De archeologen gebruikten drones om de hele bergwand in kaart te brengen met een detailniveau dat nooit eerder mogelijk was. Hierdoor ontdekten ze patronen in de plaatsing van de gaten. De kuilen bleken niet willekeurig gegraven maar volgden een strikt numeriek systeem. De opbouw van de Monte Sierpe lijkt volgens de onderzoekers sprekend op een khipu. Dat is een oud boekhoudsysteem van de Inca’s waarbij knopen in touwtjes werden gebruikt om getallen en data vast te leggen.
In feite is deze bergwand dus een khipu op gigantische schaal. In plaats van touw gebruikten de makers aarde en steen om hun administratie bij te houden. De onderzoekers noemen het een vorm van sociale technologie. Het hielp de inwoners om overzicht te houden in een tijd waarin papier of computers nog lang niet bestonden. Het was een manier om grote hoeveelheden informatie zichtbaar te maken voor de hele gemeenschap.
Sporen in de bodem
Het bewijs voor deze theorie ligt letterlijk in het stof onderin de gaten. Na een grondige analyse van de bodem vonden de wetenschappers resten van stuifmeel. Het ging hierbij om maïs, katoen, chilipepers en squash. Het bijzondere is dat deze gewassen helemaal niet groeien op de kurkdroge bergwand waar de gaten zich bevinden. Dat betekent dat mensen deze producten van elders naar de berg hebben gesleept en ze daar in de kuilen hebben gedeponeerd.
De onderzoekers vermoeden dat de gaten werden gebruikt als een soort meeteenheid tijdens ruilhandel. In een wereld zonder geld was het lastig om te bepalen hoeveel maïs nou eigenlijk evenveel waard was als een stapel katoen. Door de producten in de gestandaardiseerde gaten te leggen kon iedereen in één oogopslag zien wat de voorraad was en hoe de verhoudingen lagen. Het was een soort marktplaats en vloeibare boekhouding ineen.
De vlooienmarkt van de oudheid
De actieve periode van de gaten ligt ergens in de veertiende eeuw. In die tijd was het koninkrijk van de Chincha de baas in dit gebied. Dit volk stond bekend om hun enorme handelsnetwerken langs de kust en diep in het binnenland. De Monte Sierpe lag op een strategisch kruispunt van belangrijke wegen. Het was de ideale plek voor reizende handelaren met karavanen lama's om samen te komen en goederen uit te wisselen.
De 5.200 gaten zorgden ervoor dat deze handel eerlijk en overzichtelijk verliep voor de ruim 100.000 mensen die in de regio woonden. Toen de Inca’s later het gebied overnamen hebben ze het systeem waarschijnlijk geadopteerd voor hun eigen administratie. Het blijft een uniek fenomeen want nergens anders in de Andes is een vergelijkbaar monument gevonden. De Slangenberg is daarmee het grootste en meest tastbare bewijs van een prehistorische economie die we tot nu toe hebben ontdekt.
- Adobe Stock