De geboorte van een volksfeest
Het voelt vaak alsof het een eeuwenoud gebruik is, maar de massale kruitdampen zijn in werkelijkheid een kind van de wederopbouw. Voor de Tweede Wereldoorlog was oud en nieuw een vrij sobere aangelegenheid met klokgelui en vreugdevuren. Pas in de jaren vijftig en zestig veranderde het straatbeeld voorgoed. Dit had twee belangrijke oorzaken die samenkwamen in een perfecte storm.
Allereerst brachten Indische Nederlanders de cultuur mee om boze geesten te verjagen met knalvuurwerk. Tegelijkertijd begon de Nederlandse economie op volle toeren te draaien. Mensen kregen voor het eerst wat geld over voor luxe. De import van betaalbaar consumentenvuurwerk uit China kwam op gang en plotseling was het voor de gewone man mogelijk om zelf een showtje weg te geven. De traditie was geboren en groeide razendsnel uit tot een nationaal fenomeen.
De gouden jaren van de rode loper
In de jaren tachtig en negentig bereikte de vuurwerkgekte zijn absolute hoogtepunt. Het was de tijd dat de regels nog ruim waren en de handhaving minimaal. Vaders en zonen stonden uren in de rij bij de lokale fietsenmaker of doe-het-zelfzaak om hun bestellijsten in te leveren. Het pakket met de astronauten en de grondbloemen was heilig.
De straat veranderde op 31 december in een sociale ontmoetingsplek. Klokslag twaalf uur was het moment van verbroedering. Buren die elkaar normaal alleen groetten, stonden nu samen naar een ratelband te kijken die als een rode loper door de straat rolde. Het zelf afsteken was een symbool van welvaart en individuele vrijheid. De overlast nam men op de koop toe, want het hoorde er nu eenmaal bij.
Het kantelpunt in de geschiedenis
Rond de eeuwwisseling begon het sentiment langzaam maar zeker te schuiven. De schaduwzijden van de traditie werden steeds zichtbaarder en dominanter in het publieke debat. De vuurwerkramp in Enschede in mei 2000 was een nationaal trauma dat de regelgeving rondom opslag en verkoop voorgoed veranderde. Veiligheid werd opeens prioriteit nummer één.
Daarnaast veranderde de aard van het vuurwerk en het gebruik ervan. Het spul werd zwaarder en de tolerantie voor letsel en schade nam af. De overheid startte campagnes om het aantal oogletsels terug te dringen en de afsteektijden werden steeds verder ingeperkt. Wat ooit begon om tien uur 's ochtends, werd verschoven naar zes uur 's avonds. De onbezorgdheid van de beginjaren maakte plaats voor een maatschappelijke discussie over nut en noodzaak.
De laatste stuiptrekkingen
Nu, in 2025, staan we aan de vooravond van het slotakkoord. Twintig gemeenten hebben al een totaalverbod ingesteld en een landelijk verbod op consumentenvuurwerk is in de maak. De traditie die in de jaren zestig zo explosief groeide, wordt nu in rap tempo ontmanteld. Nederland verschuift van een anarchistisch volksfeest naar georganiseerde centrale shows.
Toch zal de geest niet direct terug in de fles gaan. De komende jaren zullen in het teken staan van een overgangsfase. Terwijl de legale verkoop stopt, zal een hardnekkige groep liefhebbers de illegaliteit opzoeken om de traditie in leven te houden. De politie krijgt er een dagtaak aan, maar het beeld van de hele straat die in de rook staat, is binnenkort geschiedenis. Na zestig jaar zelf de lont aansteken, valt het doek nu echt.
- Adobe Stock