We hebben het allemaal wel eens. Je koopt een bak hummus, pot pindakaas of leverpastei en je bent verkocht. Je smeert het op je cracker bij het ontbijt, op je boterham bij de lunch en lepelt het soms zelfs stiekem 's avonds uit de pot. Je kunt je niet voorstellen dat je ooit nog iets anders wilt eten.
In de psychologie wordt dit fenomeen soms een food jag of een hyperfixatie genoemd. Het heeft alles te maken met comfort en voorspelbaarheid. Je leven is al ingewikkeld genoeg. Je moet de hele dag keuzes maken op je werk en in je sociale leven. Dat je 's ochtends precies weet hoe je ontbijt smaakt en dat het lekker gaat zijn, geeft je brein rust. Het scheelt denkkracht en levert een gegarandeerde beloning op.
De dopamine-kraan
Daarnaast speelt chemie een grote rol. Vooral bij vette en zoute producten zoals pindakaas en hummus. Als jij die specifieke smaak lekker vindt, maken je hersenen dopamine aan. Dat is het gelukshormoon.
Elke keer dat je een hap neemt, krijg je een klein shotje geluk. Je brein leert dit razendsnel: broodje pindakaas staat gelijk aan een goed gevoel. Omdat we van nature verslaafd zijn aan dat gevoel, wil je het steeds vaker.
Je eet dus eigenlijk niet omdat je honger hebt, maar omdat je even die chemische bevestiging wilt voelen. Maar net als bij elke verslaving, treedt er gewenning op. Je hebt steeds meer nodig voor hetzelfde effect, tot de kraan dichtgaat.
De plotselinge walging
En dan komt die onvermijdelijke dag. Je opent de pot, ruikt eraan en ineens draait je maag zich om. De textuur voelt opeens vies in je mond en de smaak staat je tegen. Van de ene op de andere dag ben je er helemaal klaar mee.
Wetenschappers noemen dit sensory specific satiety, oftewel zintuigspecifieke verzadiging. Het is een beveiligingsmechanisme van je lichaam. Als je te lang exact hetzelfde eet, stopt je brein met het geven van beloningen.
De dopamine stopt met stromen en slaat zelfs om in aversie. Je lichaam geeft een keihard signaal af: stop hiermee, we hebben nu wel genoeg van deze specifieke vetten en zouten binnen.
Overleven door variatie
Dit mechanisme stamt uit de oertijd. Als onze voorouders alleen maar bessen zouden eten omdat die lekker zoet waren, zouden ze zware tekorten krijgen aan eiwitten. Door je na een tijdje letterlijk te laten walgen van eenzijdig voedsel, dwingt je oerinstinct je om op zoek te gaan naar iets anders.
Het is dus eigenlijk heel gezond dat je die pot leverpastei ineens laat staan. Het betekent dat je systeem werkt. Zet de pot achter in de kast en wacht rustig af. Meestal is je brein na een paar maanden gereset en begint de hele cyclus weer vrolijk opnieuw.
- Adobe Stock