1) Het begon natuurlijk met het inpakken van de auto (en caravan of vouwwagen)
2) De autorit: je walkman of discman en zuignapzonneschermpje waren je beste vriend
3) Om in de Franse stemming te komen, at je alvast wat Napoleons (zure bommen)
4) De grens over. Je voelde dat de spanning bij je ouders steeg. PARIJS naderde
5) Péage, soms ook een stressmomentje
6) Buiten de auto was dit ding helaas vaak je eerste kennismaking met Frankrijk
7) Dan was je er: de camping in Zuid-Frankrijk
8) Tent, vouwwagen of caravan op de plek neerzetten
9) Vriendjes en vriendinnetjes maken bij de pingpongtafel
10) Maar het was natuurlijk ook familietijd
11) Je kon gelukkig niet alles meenemen
12) Die kocht je in die enorme supermarkten
13) Uiteraard werd er ook Orangina gekocht
14) En de Franse variant van Chocomel
15) En Oasis
16) 's Avonds speelde je spelletjes met het hele gezin
17) Maar je moest er sowieso wel licht bij hebben
18) De volgende dag ging je naar het strand
19) Beachballen!
20) Natuurlijk ook met deze jongens in de weer..
21) En je zwom heel veel
22) Als het een dagje slechter weer was, moest je naar een saai kasteel
23) Maar goed, misschien was het ter compensatie wel patatdag op de camping
24) Patatdag betekende ook met minder afwas naar het toiletgebouw
25) 's Ochtends stond je weer bij de campingwinkel, maar dan om brood te halen
26) Er moest ook altijd iets met die koelelementen gebeuren
27) Tegenover het kastelentripje stond vaak een tripje hier naartoe
28) En als je écht mazzel had, pikte je 14 juli mee
29) Daarna naar huis. Bijna thuis sloot je af met een etentje langs de snelweg